Vernieuwing BBV


Bij de invoering van het huidige Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) in 2004 lag de nadruk op het vergroten van de transparantie van het proces van begroting- en verantwoording en het versterken van de positie van raad en provinciale staten. De aanpassingen die met dit besluit werden ingevoerd hebben geleid tot een grotere betrokkenheid van provinciale staten en raad. Er zijn ruim 10 jaar na invoering van het BBV diverse ontwikkelingen die vragen om vernieuwing van het BBV. Zo zijn de stukken waarmee de raad dit proces kan sturen - de begroting en jaarstukken -, voor niet financieel specialisten te weinig toegankelijk. Dit belemmert de mogelijkheden voor veel raadsleden, maar ook voor andere direct betrokkenen, om hier een goede discussie over te voeren.

In 2014 heeft een door de VNG ingestelde adviescommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de VNG, het ministerie van BZK en vertegenwoordigers van gemeenten en provincies, onder leiding van Staf Depla, wethouder van Eindhoven, een rapport uitgebracht over de vernieuwing van het BBV. De adviezen hebben betrekking op een breed spectrum van onderwerpen met als rode draad het versterken van de horizontale sturing en verantwoording door de raad. De adviescommissie heeft zich in zijn adviezen primair gericht op gemeenten, gelet op het bijzondere belang dat gemeenten hebben bij de vernieuwing. Zij heeft aangegeven dat moet worden nagegaan, in hoeverre de adviezen ook van toepassing zijn op provincies. Dat proces loopt nog.

Voor de uitwerking van de adviezen is een stuurgroep ingesteld onder leiding van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze stuurgroep heeft het rapport van de adviescommissie als uitgangspunt gehanteerd en voor de concretisering ervan 7 werkgroepen ingesteld. Deze werkgroepen zijn nagegaan welke inspanning de invoering van de verschillende adviezen kost, welke wet en regelgeving hiervoor gewijzigd moet worden en wat daarbij voor de verschillende onderwerpen het geschikte tijdspad is. Op basis van de besluitvorming in de stuurgroep hierover worden de wijzigingen in het BBV vorm gegeven.

Op 1 juli 2015 heeft de stuurgroep de brochure Hoofdlijnen vernieuwing Besluit Begroting en Verantwoording gepubliceerd met de voornemens tot verwerking van de adviezen en de consequenties voor het BBV. Deze brochure richt zich op de consequenties van voorgenomen wijzigingen in het BBV voor gemeenten. Over de praktische uitwerking wordt u geïnformeerd door middel van de nieuwsbrieven van het ministerie van BZK en de gemeentefonds-circulaires.

De uitwerking van de adviezen over rechtmatigheid en de accountantscontrole zijn in een separaat rapport gepubliceerd: Vernieuwing accountantscontrole gemeenten.

Op 10 september 2015 is het concept wijzigingsbesluit van het BBV ter consultatie gepubliceerd, zie het consultatiedocument. De bedoeling van de consultatie is duidelijkheid te verkrijgen dat de wijzigingen helder zijn, bijdragen aan de te verwachten effecten en de beoordeling van de financiële gezondheid en beleidsmatige prestaties van provincies en gemeenten vereenvoudigen.

Naar aanleiding van de reacties in de consultatieronde en het advies van de Raad van State is het wijzigingsbesluit op bepaalde punten verduidelijkt en aangepast. Het wijzigingsbesluit is op 17 maart geplaatst in het Staatsblad (nr 2016, 101) en ook in het kader hiernaast opgenomen onder 'documenten'.

Inwerkingtreding
Het onderhavige wijzigingsbesluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en zal direct in werking treden. De wijzigingen uit dit besluit zijn derhalve van toepassing op de voorbereidingen van het begrotingsjaar 2017. Dat betekent dat de begroting voor 2017, die in het kalenderjaar 2016 wordt opgesteld, in overeenstemming moet zijn met de nieuwe regels uit dit wijzigingsbesluit.

Op het van toepassing zijn van wijzigingen uit het onderhavige besluit op het begrotingsjaar 2017gelden enkele uitzonderingen.

  • Omdat openbare lichamen ingesteld op grond van de Wgr eerder hun begroting moeten opstellen zullen de wijzigingen van dit besluit voor het eerst doorwerken in de begrotingsvoorbereiding voor het jaar 2018.
  • Voor de wijze waarop de Vpb-plicht in de begroting (en jaarrekening) moet worden verwerkt geldt het volgende. Provincies en gemeenten zijn vanaf het eerste boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2016 belastingplichtig indien zij een fiscale onderneming drijven. Dat betekent dat zij daarmee in de (lopende) begroting van 2016 reeds hier rekening mee moeten houden. Provincies en gemeenten die belastingplichtig zijn als gevolg van de Wet modernisering VPB-plicht overheidsondernemingen kunnen lopende het begrotingsjaar via een begrotingswijziging voldoen aan de wijze waarop de heffing van de vennootschapsbelasting via dit wijzigingsbesluit in de begroting en jaarrekening dient te worden opgenomen en te worden verantwoord.
  • De balanscategorie 'niet in exploitatie genomen gronden' (NIEGG)wordt reeds met ingang van begrotingsjaar 2016 afgeschaft. Gronden die voor de inwerkingtreding van het nieuwe besluit werden geclassificeerd als NIEGG, dienen reeds met ingang van het begrotingsjaar 2016, tegen dezelfde boekwaarde te worden geclassificeerd als materiële vaste activa.

Ministeriële regelingen
In het wijzigingsbesluit is geregeld dat met een ministeriële regeling nadere regels worden vastgesteld over de volgende onderwerpen:

  • Taakvelden en informatie voor derden (IV-3) met de nieuwe taakvelden en nieuwe economische categorieën;
  • Vaststelling beleidsindicatoren met de verplichte beleidsindicatoren die met ingang van de begroting 2017 moeten worden opgenomen in de programma's;
  • Wijzigingsregeling financiële kengetallen in verband met de introductie van de geprognosticeerde balans.

De ministeriële regelingen zijn in april gepubliceerd, zie het kader hiernaast.

Het Ministerie van BZK heeft een nieuwe website met informatie over het Iv3-informatiesysteem met een overzicht van de nieuwe taakvelden met bijbehorende toelichtingen en het actuele Iv3-Informatievoorschrift-2017 (Vraagbaak Iv3 Gemeenten). Vragen en op- of aanmerkingen over dit onderwerp kunnen ook via deze site worden gecommuniceerd met het Ministerie van BZK.

Omdat de beleidsindicatoren voor provincies nog niet in een ministeriële regeling kunnen worden vastgesteld, zullen provincies in 2017 eenmalig gebruik maken van zelfgekozen beleidsindicatoren.

Aanvullende notities commissie BBV
Naar aanleiding van het wijzigingsbesluit heeft de Commissie BBV een aantal geactualiseerde richtinggevende notities gepubliceerd over de volgende onderwerpen:

- Grondexploitatie (ingangsdatum 1-1-2016);
- Faciliterend grondbeleid (ingangsdatum 1-1-2016);
- Rente (ingangsdatum 1-1-2017);
- Overhead (ingangsdatum 1-1-2017).

In aanvulling op het besluit zal de commissie daarin aanbevelingen en stellige uitspraken doen over aspecten die niet geregeld worden met dit besluit, maar waar in de praktijk wel veel vragen over zijn cq. discussie over is. Zoals een maximale termijn aan de duur van een grondexploitatie en het hanteren van rente over eigen vermogen (bij grondexploitatie).