Regelgeving algemeen
Het gemeente- en provinciebestuur zijn gedualiseerd. Dat betekent dat zowel posities als bevoegdheden zijn gescheiden. De raad (provinciale staten) stelt kaders en controleert en het college (gedeputeerde staten) heeft de bestuursbevoegdheden en legt verantwoording af. De dualisering was ook een aanleiding om verdere verbeteringen in de begrotings- en rekeningprocedure aan te brengen. Niet omdat de begrotingscyclus zelf aanpassing behoefde, maar omdat het wenselijk was de begrotingscyclus dusdanig te versterken dat dit de kaderstellende en controlerende functies van de raad ten goede komt.
De meeste veranderingen rond de begrotingscyclus zijn opgenomen in het BBV. In dit besluit is voorgeschreven dat er een begroting voor de raad is, een productenraming voor het college en informatie voor derden voor het rijk, het CBS, de Europese Unie en de toezichthouders. Ook is in het BBV voorgeschreven dat de begroting en jaarstukken identiek van opzet zijn. Daarnaast bevat het BBV bepalingen over de financiële positie, zoals over activeren, waarderen, reserves en voorzieningen. Zie de artikelpagina Regelgeving: BBV. In het BBV is opgenomen dat de functionele en categoriale indelingen, ten behoeve van derden, worden voorgeschreven in de Ministeriële Regeling informatie voor derden (Iv3). Zie de artikelpagina Regelgeving: Iv3.
Het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) geeft de minimumvereisten voor de accountantscontrole bij de provincies en gemeenten. Zie de artikelpagina Regelgeving: Bado.
Naast het BBV, de Iv3 en het Bado zijn er nog andere bepalingen van belang voor de begroting en jaarstukken, zoals het vaststellen van de financiële verordening. Deze maatregelen zijn opgenomen in de Gemeente- en Provinciewet. Zie de artikelpagina Regelgeving: Overig.

